Stamtabellen
De stamtabellen geven de mogelijkheid om standaard gegevens aan te passen aan de bedrijfsspecifieke situatie. De “Stamtabellen” zijn te openen via menu tab “Beheer”.
Algemeen
De organisatiestructuur die in FUSE ingevoerd kan worden bestaat uit drie lagen; Organisatie, afdelingen en teams met medewerkers die aan de teams gekoppeld zijn. Er kan ook gebruik gemaakt worden van twee lagen door gebruik te maken van maximaal één team per afdeling.
Aanvraag- en projectnummering
Omdat op basis van sommige stamtabellen de aanvraag- en projectnummers bepaald worden, wordt hier de opbouw van deze nummering beschreven. Deze nummering kan aangepast worden naar het gewenste format van de organisatie. Dit kan op basis van organisatie, vestiging of afdeling/vakgroep. Ook een combinatie is mogelijk.
Voor de nummering van projecten worden er in FUSE twee nummerreeksen gehanteerd. Elke aanvraag krijgt een aanvraag- of offertenummer. Zodra het project in opdracht komt, krijgt het een projectnummer. De wijze waarop aanvraagnummers en projectnummers tot stand komen, is afhankelijk van de configuratie.
Het eerste waar FUSE naar kijkt, zijn de globale instellingen. Deze instellingen zijn te vinden onder Beheer -> Instellingen. Onder het kopje Projecten zijn de verschillende instellingen te vinden met betrekking tot de projectnummering.
| Instelling | Beschrijving |
|---|---|
| Aanvraagnummer aantal decimalen | Deze waarde geeft het aantal decimalen weer die bij het aanmaken van een aanvraagnummer als nummer gebruikt wordt. Deze waarde is afhankelijk van het maximaal te verwachten aanvraag. Worden er per jaar maximaal 200 aanvragen verwacht dan is het raadzaam om deze waarde in te stellen op 3. Zijn het er zeker 900 dan is het raadzaam deze waarde in te stellen op 4 |
| Aanvraagnummer beginnen bij | Deze waarde geeft het startnummer aan. Als er gebruik gemaakt wordt van 3 decimalen dan dien deze waarde “001” of hoger te zijn. Bij 4 decimalen dient de waarde “0001” of hoger te zijn |
| Aanvraagnummer formattering | Deze waarde geeft de formattering aan van de nummering. Hierbij kunnen de volgende parameters ingevoerd worden: [Jaar] : Jaar in twee decimalen, voorbeeld: 2011 wordt 11 [Nummer] : Nummer op basis van de instelling van het aantal decimalen. Voorbeeld: 0020 [Vakgroep] : Prefix van de vakgroep zie stamtabel vakgroep (Aanvraagnummer prefix) [Vestiging] : Prefix van de vestiging zie stamtabel vestiging (Aanvraagnummer prefix) |
| Aanvraagnummer SQL string | Deze string resulteert in de maximale waarde die in de database beschikbaar is. Deze string is afhankelijk van de gekozen formattering. Voorbeeld van een SQL string op basis van de formattering “A[Jaar]-[Nummer]” sql SELECT Max(substr(aanvraagnummer,5,4)) FROM project WHERE substr(aanvraagnummer,2,2) = '[Jaar]' AND substr(aanvraagnummer,1,1) = 'A' In dit voorbeeld wordt de maximale waarde geretourneerd van het aanvraagnummer vanaf de vijfde karakter tot vier karakters verder. Verder wordt dit alleen berekend voor de nummers die beginnen met de “A” gevolgd door het jaar |
| Projectnummer aantal decimalen | Lees wat er staat onder aanvraagnummer als projectnummer. De werkwijze is identiek |
| Projectnummer beginnen bij | Lees wat er staat onder aanvraagnummer als projectnummer. De werkwijze is identiek |
| Projectnummer formattering | Lees wat er staat onder aanvraagnummer als projectnummer. De werkwijze is identiek |
| Projectnummer SQL String | Lees wat er staat onder aanvraagnummer als projectnummer. De werkwijze is identiek |
Betrokkenheidssoorten
De tabel “Betrokkenheid soorten” wordt gebruikt om de relatie tussen twee objecten aan te duiden. Afhankelijk van de instelling is de waarde door een gebruiker te selecteren bij het toevoegen of wijzigen van een relatie tussen twee objecten, bijvoorbeeld een organisatie en een contactpersoon.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de betrokkenheidssoort |
| IsBedrijf | Zichtbaar bij relatie tussen twee bedrijven/organisaties |
| IsContact | Zichtbaar bij relatie tussen bedrijf/organisatie en contactpersoon |
| IsMedewerker | Niet geïmplementeerd |
| IsProject | Zichtbaar bij relatie tussen organisatie en project |
| IsProjectContact | Zichtbaar bij relatie tussen contactpersoon en project |
| IsProjectMedewerker | Zichtbaar bij relatie tussen medewerker en project |
| IsProjectProject | Zichtbaar bij relatie tussen twee projecten |
| IsActiviteitActiviteit | Niet geïmplementeerd |
| IsConfiguratieItem | Zichtbaar bij relatie tussen organisatie en configuratie item |
| MaxCount | Het maximumaantal van dezelfde soort zie mogen voorkomen |
| Actief | Indien de waarde uit staat is deze betrokkenheidssoort niet meer toe te voegen voor nieuwe relaties |
Afdelingen / vakgroepen
In de onderstaande tabel worden de instellingen per afdeling beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam van de afdeling |
| Omschrijving | Lange omschrijving van de afdeling |
| Code | Code ten behoeve van koppeling met andere systemen |
| Volgorde | Volgorde van weergave |
| Template map | Map waarin de templates / sjablonen staan. Deze kan per afdeling individueel worden opgegeven |
| Machtigingen overnemen | n.v.t. |
| Werk map | Map waarin de werkdocumenten worden gezet. Deze kan per afdeling individueel worden opgegeven |
| Archief map | Map waarin de werkdocumenten worden bij archiveren worden gezet. Deze kan per afdeling individueel worden opgegeven |
Vestigingen
In de onderstaande tabel worden de instellingen van de stamtabel vestiging beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam van de vestiging, voorbeeld: “MAG” |
| Omschrijving | Omschrijving van de vestiging, Voorbeeld: “Magazijn” |
| Grootboeknummer | Gekoppelde grootboekrekeningnummer. Deze wordt als standaard waarde ingevoegd bij nieuwe factuurregels. |
| Administratiecode | De administratiecode van de vestiging |
| Organisatie | Voor elke vestiging dient een organisatie in FUSE aangemaakt te worden. Deze wordt hier aan elkaar gekoppeld |
Teams
In de hieronder weergegeven tabel worden de instellingen per team weergegeven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam van team |
| Omschrijving | Lange omschrijving van team |
| Manager (Teammanager) | Medewerker die als manager gekoppeld is |
| Teamleider | Medewerker die als teamleider gekoppeld is |
| Vakgroep (Afdeling) | Gekoppelde afdeling of vakgroep |
| Grootboekrekening | Gekoppelde grootboekrekeningnummer. Deze wordt als standaard waarde ingevoegd bij nieuwe factuurregels. |
| Code | In dit veld kan een code ingevoerd worden |
| Actief | Geeft aan of het team actief is. Een vinkje is actief, geen vinkje is non-actief |
| Overhead | Geeft aan of dit team een overhead team is |
| Gebruiken bij projecten | Geeft aan of dit team gebruikt kan worden bij projecten |
| Verantwoordelijke facturatie | Medewerker die als verantwoordelijke facturatie gekoppeld is |
| Directeur | Medewerker die als directeur gekoppeld is |
| Medewerkers | Medewerkers die aan het team gekoppeld zijn |
| Teambegroting | Instellingen van de teambegroting |
Activiteit
Activiteitssoorten
Door middel van activiteiten kunnen bepaalde acties of afspraken worden vastgelegd. De activiteiten zijn ingedeeld in verschillende soorten. Per activiteitsoort kunnen er diverse instellingen gemaakt worden. In de onderstaande tabel worden de verschillende instellingen die per activiteitssoort gemaakt kunnen worden beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de activiteitssoort. Deze naam wordt getoond aan de gebruiker en dient dus een duidelijke naam te zijn |
| Omschrijving | De omschrijving van de activiteitssoort |
| Projectactiviteit | Indien deze optie aangezet wordt dan betekent dit dat deze activiteit rechtstreeks vanuit een project aangemaakt kan worden |
| Weergeven project | Als deze optie aanstaat is er een invoermogelijkheid om één of meerdere projecten te koppelen aan de activiteit |
| Bedrijfsactiviteit | Indien deze optie aangezet wordt dan betekent dit dat deze activiteit rechtstreeks vanuit een organisatie aangemaakt kan worden |
| Weergeven bedrijf | Als deze optie aanstaat is er een invoermogelijkheid om één of meerdere organisaties met contactpersoon te koppelen aan de activiteit |
| Contactactiviteit | Indien deze optie aangezet wordt dan betekent dit dat deze activiteit rechtstreeks vanuit een contactpersoon aangemaakt kan worden |
| Definitie velden | Per activiteitssoort is het mogelijk om velden te definiëren. Er kunnen vier soorten velden gedefinieerd worden: |
| - Tekst/Combobox velden (standaard 20 stuks) | |
| - Datum velden (Standaard 3 stuks) | |
| - Ja/Nee velden (Standaard 20 stuks) | |
| - Groupbox (Onbeperkt) | |
| Voorbeeld 1 Combobox | VrijVeld1:24:8:Ja:Kwaliteit:excellent:goed:voldoende:matig:onvoldoende Hierbij zijn de waarden na kwaliteit de mogelijkheden in de keuzelijst. |
| Voorbeeld 2 Tekstbox | VrijVeld1:224:8:Nee:Strategisch |
| Voorbeeld 3 Datumveld | VrijveldDatum1:308:280:Nee:Datum |
| Voorbeeld 4 Groupbox | De definitie van een groupbox is: Groupbox |
| Groupbox1:8:4:700:188:Algemeen |
Documentbeheer
Documentnamen bij ScanVerkenner
In deze stamtabel kunnen standaardbestandsnamen ingevoerd worden die zichtbaar zijn in de ScanVerkenner. Doelstelling hiervan is om door het gebruik van voorgedefinieerde namen universele namen te krijgen en sneller te kunnen invoeren.
Document categorieën
In deze stamtabel kunnen de standaarddocumentcategorieën gedefinieerd worden die in de documenten bij onder andere projecten gebruikt kunnen worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de documentcategorie zoals deze in de documenten wordt weergegeven |
| Omschrijving | Omschrijving ten behoeve van administratieve doeleinden |
| IsProject | Zichtbaar in projecten en organisaties |
| IsConfiguratieItem | Zichtbaar bij configuratie-items |
| IsBedrijf | Afhankelijk van de implementatie zichtbaar bij bedrijven |
| IsContact | Afhankelijk van de implementatie zichtbaar bij contacten |
| IsContactHRM | Afhankelijk van de implementatie zichtbaar bij contacten/medewerkers. Alleen zichtbaar bij medewerkers met machtiging ‘HRM tab’ |
| SyncToCloud | Afhankelijk van de implementatie gesynchroniseerd naar de cloud |
Financieel
Betalingstermijnen
In de hieronder weergegeven tabel worden de velden van een betalingstermijn weergegeven. De ingegeven code dient bij koppelingen met een financieel administratiepakket overeen te komen met de codering zoals deze in het financiële pakket gebruikt worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Code | Korte naam van betalingstermijn. Bijv. 30 |
| Omschrijving | Lange omschrijving van betalingstermijn. Bijv. 30 dagen |
Tarieflijsten
In de hieronder weergegeven tabel worden de velden van een tarieflijst weergegeven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam tarieflijst |
| Actief | Hiermee kan een tarief wel of niet weergegeven worden in de tarieflijst in een project |
| Tarieven | Op dit tabblad kunnen de tarieven per projectfunctie toegevoegd worden. Het is ook andersom mogelijk om vanuit de projectfunctie de tarieven bij te werken |
Facturatie methoden
De stamtabel facturatiemethoden is een tabel met vrije invoer en wordt gebruikt om op het tabblad “Verkoopfacturen” in een project de methode van facturatie die afgesproken wordt vast te leggen.
Grootboekrekeningnummers
In de hieronder weergegeven tabel worden de velden van de grootboekrekeningnummers weergegeven. Het ingegeven nummer dient bij koppelingen met een financieel administratiepakket overeen te komen met de codering zoals deze in het financiële pakket gebruikt worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Nummer | Het grootboekrekeningnummer (zoals in het financiële pakket gebruikt wordt) |
| Omschrijving | De omschrijving van het grootboekrekeningnummer |
| BTW code | De bijbehorende BTW code bij het grootboekrekeningnummer |
BTW codes
In de hieronder weergegeven tabel worden de velden van de BTW codes weergegeven. De ingegeven code dient bij koppelingen met een financieel administratiepakket overeen te komen met de codering zoals deze in het financiële pakket gebruikt worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Code | De code voor de BTW (zoals in het financiële pakket gebruikt wordt) |
| Percentage | Het BTW percentage behorend bij de code |
| Omschrijving | De omschrijving van de BTW code |
Administratiecodes
In de hieronder weergegeven tabel worden de velden van de administratie codes weergegeven. De ingegeven code dient bij koppelingen met een financieel administratiepakket overeen te komen met de codering zoals deze in het financiële pakket gebruikt worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Code | De code van de administratie |
| Omschrijving | De omschrijving van de administratie. Bijvoorbeeld de vestiging of afdeling |
| BTWnummer | Het BTW nummer van de administratie |
| Actief | Hiermee kan een administratie wel of niet actief weergegeven worden |
Planning
Niet planbare dagen
In de stamtabel “Niet planbare dagen” kunnen data ingevoerd worden die in de planning gemarkeerd worden als weekend, zon- of feestdag. In de tabel kunnen vrije data ingevoerd worden. Per datum kan een omschrijving meegegeven worden.
Projectbeheer
Artikelen
De stamtabel artikelen bevat een artikelenlijst die aan een offerte- of opdrachtregel toegevoegd kan worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Artikelnummer | Artikelnummer die weergegeven wordt in project |
| ArtikelnummerLeverancier | Eventueel artikelnummer van de leverancier |
| Merk | Eventuele merkspecificatie |
| Omschrijving | Omschrijving van het artikel |
| PrijsIntern | Prijs intern |
| PrijsExtern | Prijs extern |
| Werksoort | Optioneel: bij welke werksoort dit artikel geselecteerd mag worden |
Middelen
De stamtabel middelen bevat een lijst met beschikbare unieke middelen. Elk middel is gekoppeld aan een middelsoort. Aan de offerte- en opdrachtregels worden middelsoorten gekoppeld. Bij het plannen wordt een uniek middel die onder het betreffende middelsoort valt gekoppeld.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam van het middel |
| Omschrijving | Lange omschrijving van het middel |
| Kleur | De kleur waarmee het middel wordt gemarkeerd in de planning |
| Soort | Het gekoppelde middelsoort |
Middel soorten
Door middel van de soorten kunnen middelen ingedeeld worden. Aan de middelsoorten is een tarief gekoppeld. Bij het toevoegen van een middelsoort aan een offerte- of opdrachtregel wordt deze prijs overgenomen.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Korte naam van het middelsoort |
| Omschrijving | Lange omschrijving van het middelsoort |
| Kleur | De kleur waarmee het middelsoort wordt gemarkeerd in de planning |
| Tarief | Tarief die overgenomen wordt bij invoegen in een calculatieregel |
Projectstatus
In de stamtabel “Projectstatus” zijn de verschillende statussen gedefinieerd waarin een project kan bestaan. Deze waarde maken onderdeel uit van de implementatie en hebben verregaande invloed op de werking van FUSE. Wijzig deze waarden alleen als dit expliciet nodig is.
In de onderstaande tabel worden de velden weergegeven en beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de projectstatus |
| Omschrijving | Lange omschrijving |
| Volgorde | Volgorde waarin de project statussen worden weergegeven |
Project typen
In de stamtabel “Project typen” kunnen de verschillende soorten projecttypen worden gedefinieerd. Afhankelijk van de configuratie kan hier dan op gezocht worden.
In de onderstaande tabel zijn de velden beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Omschrijving | Omschrijving van het projecttype |
| Actief | Indien de waarde uit staat is dit projecttype niet meer toe te voegen voor nieuwe project |
| Alias | Optioneel: Andere benaming voor het projecttype |
| Expertisegroep | Optioneel: De expertisegroep van dit projecttype |
Projectfuncties
In de stamtabel “Projectfuncties” worden de projectfuncties gedefinieerd die gebruikt kunnen worden in de projectcalculatie. De projectfunctie is gekoppeld aan één of meerdere tarieflijsten. Elke gebruiker heeft één of meerdere projectfuncties. Bij het inplannen van medewerkers in de planning en bij het boeken van uren wordt gekeken naar de mogelijke projectfuncties van de medewerker. Op basis hiervan kan de medewerker wel/niet ingepland worden en/of uren verantwoorden.
In de onderstaande tabel worden de verschillende velden beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Code | Code van de projectfunctie die ook gebruikt kan worden om urenregels te koppelen aan externe systemen |
| Naam | Naam van de projectfunctie |
| Omschrijving | Optionele omschrijving van de projectfunctie |
| Kleur | Kleur waarmee projectfunctie in de planning wordt weergegeven |
| Actief | Indien de waarde uit staat is deze projectfunctie niet actief |
| Medewerkers | De medewerkers die gekoppeld zijn aan deze projectfunctie |
| Gekoppelde uursoorten | De mogelijke uursoorten die geselecteerd kunnen worden bij deze projectfunctie |
| Tarieven | Per tarieflijst het gekoppelde tarief |
Uursoorten
Naast projectfuncties kent FUSE ook uursoorten. In de onderstaande tabel zijn de velden die per uursoort ingesteld kunnen worden weergegeven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Code | Code van de uursoort die ook gebruikt kan worden om urenregels te koppelen aan externe systemen |
| Omschrijving | Omschrijving van de uursoort |
| Kleur | Kleur waarmee de uursoort in de planning wordt weergegeven |
| Groep | Groep waarmee aangegeven kan worden of het indirecte of directe uren zijn |
| Gemarkeerd in planning | Als deze optie is aangevinkt dan worden de dagen waarin een medewerker ingepland staat voor deze uursoorten in de samenvatting van de planning gemarkeerd met een lichtblauwe kleur. Dit is vooral handig voor vakantiedagen, zodat de planner inzichtelijk heeft of de planning voor die personen vast staat of niet |
| Goedkeuring weekstaat verplicht, Maximaal aantal roosteruren boeken, etc. | Indien de waarde uit staat is deze optie niet actief |
Categorieën geen-opdracht
Als een project op “geen opdracht” wordt ingesteld dan wordt de gebruiker gevraagd om een reden op te geven. Deze stamtabel kan afhankelijk van de situatie gevuld worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam van de reden 'geen opdracht' |
| Omschrijving | Optionele omschrijving van de reden 'geen opdracht' |
Offertevormen
Per offerteregel kan er een offerte vorm gekozen worden. Omdat de offertevormen sterk verweven zijn met de applicatie is het aan te raden de wijzigingen op offertevormen te beperken. Meestal wordt gebruik gemaakt van Offerte, Regie en Richtprijs.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam van de offertevorm |
| Omschrijving | Optionele omschrijving van de offertevorm |
Urenvalidaties
Urenvalidaties worden gebruik bij de urenverantwoording. Elke urenregel heeft een status en ook elke weekstaat. Afhankelijk van de inrichting bestaat de workflow uit minimaal 3 stappen. Deze waarden maken onderdeel uit van de implementatie en hebben verregaande invloed op de werking van FUSE. Wijzig deze waarden alleen als dit expliciet nodig is.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam van de urenvalidatiestatus |
| Omschrijving | Optionele omschrijving |
| Functienaam | Uitgebreide naam van de functie |
| Volgorde | Volgorde van de faseringen waarin urenregels en |
| weekstaten behandeld worden |
Werksoorten
Werksoorten zijn bedoeld om de verschillende opdrachten te onderscheiden op soort werk of categorie. In FUSE wordt, afhankelijk van de configuratie, aan elke calculatieregel een werksoort gekoppeld.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam of nummer |
| Omschrijving | Omschrijving van de werksoort |
| Vakgroep | Gekoppelde vakgroep/afdeling |
Checklist items
Dit is een overzicht van alle checklist items. De checklist items worden gebruikt om in de Fuse Collect App een checklist scherm te bouwen, bijvoorbeeld bij asbestinventarisaties.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Tag | De codenaam waarmee de waarden opgehaald kunnen worden (gebruik @tagnaam om de waarde op te kunnen halen) |
| Naam | Weergegeven naam of nummer |
| Beschrijving | Omschrijving van het checklist item |
| Type | Het veldtype (Combobox, Textbox) |
| Waarden | De mogelijke waarden waaruit gekozen kan worden als antwoord op de checklist |
| Groep | In welke groep het item moet voorkomen |
| Module | In welke module het item moet voorkomen |
| Volgorde | In welke volgorde de items moeten worden geplaatst |
Relatiebeheer
Relatiestatus
Aan elke organisatie kan een status gekoppeld worden. Status zoals “Geblokkeerd” kunnen gebruikt worden om bijvoorbeeld te voorkomen dat een project aangemaakt kan worden onder de betreffende organisatie.
Soorten relaties
Per organisatie kunnen er één of meerdere soorten gekoppeld worden. Deze soorten kunnen in de stamtabel “Soorten relaties” gedefinieerd worden.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam van de relatiesoort |
| Omschrijving | Optionele omschrijving |
Functie contactpersonen
In de stamtabel “Functie contactpersonen” kunnen de standaard functies toegevoegd worden die geselecteerd kunnen worden bij het toevoegen van een contactpersoon of wijzigen van de koppeling tussen organisatie en contactpersoon.
Deze waarden kunnen gewijzigd worden naar eigen inzicht.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven naam van de functie van de contactpersoon |
| Externe functienaam | Extern gebruikte naam van de functie van de contactpersoon |
Aanhef contactpersonen
Per contactpersoon is één aanhef in te stellen.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven aanhef |
| Omschrijving | Optionele omschrijving |
Titels contactpersonen
Per contactpersoon is één titel in te stellen.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Weergegeven titel |
| Omschrijving | Optionele omschrijving |
Systeeminstellingen
Machtigingen
In deze stamtabel zijn de machtigingen gedefinieerd. Machtigingen komen op veel plekken voor in FUSE. Machtigingen kunnen op selecties, menu bars, formulieren en velden toegekend worden. De machtigingen zijn gespecificeerd in de Default omgeving.
Machtiging groepen
Een set van machtigingen worden ondergebracht in groepen. Aan een groep kunnen weer één of meerdere gebruikers toegekend worden. Op deze wijze is een logische en op functieprofiel gerichte machtigingenstructuur op te zetten. In de onderstaande tabel worden de instellingen van een machtiging groep beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Herkenbare naam van de machtiginggroep |
| Medewerkers | De medewerkers die aan deze machtiginggroep zijn aangewezen |
| Machtigingen | De machtigingen die aan deze machtiginggroep zijn toegekend |
| Toegewezen selecties | De selecties die aan deze machtiginggroep zijn toegekend |
Triggers
Door middel van triggers kunnen naar aanleiding van bepaalde gebeurtenissen berichten gestuurd worden. Deze meldingen kunnen zowel via FUSE als via e-mail gedaan worden. In de onderstaande tabel zijn de mogelijke instellingen van een trigger beschreven.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de trigger |
| Omschrijving | Omschrijving van de trigger. Deze omschrijving wordt ook in het bericht vermeld als de melding wordt verstuurd |
| Voorwaarde | Voorwaarde waaraan voldaan moet worden wil de trigger effect hebben. Het is hierdoor bijvoorbeeld mogelijk om alleen een trigger te versturen als een project een bepaalde status heeft. De definitie van de voorwaarden is gebaseerd op expressions (een combinatie van waarden en functies die door de compiler worden gecombineerd en geïnterpreteerd om een nieuwe waarde te creëren). Voorbeelden van deze voorwaarden: Voorbeeld 1: ProjectStatus_idProjectStatus=10 Voorbeeld 2: AanvraagNummer Like 'A%' AND AangenomenDoor_idContact <> 9069 Voorbeeld 3: IncidentStatus_idIncidentStatus=3 OR IncidentStatus_idIncidentStatus=4 |
| Trigger mail | Deze optie aanzetten als er een melding via e-mail gestuurd moet worden |
| Velden meesturen met mail | Als de optie “Trigger mail” aan staat dan is het mogelijk om velden vanuit de basistabel van het item waar de melding verstuurd wordt mee te geven. In dit veld kan de veldnaam ingevoerd worden. Meerdere veldnamen dienen gescheiden te worden door “;”. Voorbeeld: VrijVeld1;VrijVeld2 |
| Trigger melding | Deze optie aanzetten als er een melding in FUSE gegenereerd moet worden die zichtbaar is op het berichten scherm |
| DubbelklikHandler | Als de optie “Trigger melding” aan staat dan kan er een Handler geselecteerd worden. Dit betekent dat er op de melding geklikt kan worden zodat het item waarop de melding van toepassing is geopend kan worden |
| Trigger SQL commando | Deze optie aanzetten als de trigger een SQL commando moet uitvoeren |
| Velden met ContactIDs voor melden | Hierin kunnen veldnamen ingevuld worden van velden uit de basistabel die ID’s van contactpersonen bevatten. De bijbehorende contact ID wordt dan ook bericht |
| Alleen kijken naar wijzigingen op velden | In dit veld kunnen veldnamen uit de basistabel worden ingevuld. De trigger kijkt dan alleen naar wijzigingen op veldnamen die hierin gedefinieerd zijn |
| Medewerkers die melding/mail krijgen | Individuele medewerkers die een bericht ontvangen |
| Trigger start | Hiermee kan geselecteerd worden wanneer een trigger wordt gestart. Er zijn drie momenten waarop een trigger gestart kan worden: Bij het aanmaken van een item, Bij het wijzigen van een item, Bij het verwijderen van een item. Zoals in Formulier editor (Boomstructuur: General) is te zien worden er voor elk formulier permissies ingesteld. Bij het lanceren van een trigger wordt naar deze machtigingen gekeken. Dit betekent dat zodra bijvoorbeeld een project aangemaakt wordt tegelijkertijd gekeken wordt naar een trigger waarbij de machtiging die vermeld is onder PermissionAddID gekoppeld is. Bij wijzigen van een bestaand project wordt dan gekeken naar de machtiging die ingesteld is in PermissionModifyID. Bij het verwijderen van een item wordt gekeken naar de machtiging die in gesteld is in PermissionDeleteID |
| Bericht bij Trigger mail | Als de optie “Trigger mail” aanstaat kan er een tekst ingevoerd worden in dit veld die toegevoegd wordt aan het bericht |
| Link actie door ontvanger | Welke (diverse) actie('s) aan de trigger(s) in de mail zijn gekoppeld. Door het activeren van de trigger wordt de bijbehorende actie automatisch uitgevoerd |
| SQL commando | Hiermee kan de uit te voeren commando in SQL gedefinieerd worden |
SelectieHandlers NewItem
In de stamtabel “SelectieHandlersNewItem” worden de regels gedefinieerd voor het aanmaken van nieuwe items. Bij het aanklikken van een knop “Nieuw” wordt er een nieuwe rij aan de betreffende tabel toegevoegd en wordt het bijbehorende formulier geopend. Gelijktijdig kunnen er standaard waarden gedefinieerd worden.
Nieuwe “SelectieHandlersNewItem” dienen aangevraagd te worden bij FUSE Solutions.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de SelectieHandlerNewItem |
| Omschrijving | Omschrijving zoals deze ook wordt weergegeven bij de weergave van de knop |
| SelectieHandler | De gekoppelde SelectieHandler |
| Machtiging | De machtiging die nodig is om nieuwe items aan te kunnen maken |
| Pictogram | De weergegeven pictogram |
| Tabel | De tabel waarin de rij aangemaakt moet worden |
| Index veld | Het veld waarin de unieke ID wordt aangemaakt. |
| Standaard waarden | Standaard waarden die ingevoerd moeten worden bij het aanmaken van een nieuw item. De definitie hiervan is als volgt: <naam veld>=<waarde>. Als er meerdere velden van waarden voorzien moeten worden, dan moeten deze gescheiden worden door “;”. Voorbeeld: DossierType_idDossierType=1;DatumOntvangst=<HuidigeDatum>. Er kunnen variabelen worden gebruikt. Zie voor een overzicht van de mogelijke variabelen Query Builder. |
SelectieHandlers
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de SelectieHandler |
| Omschrijving | Omschrijving van de SelectieHandler |
| Pictogram | Gekoppelde Pictogram |
| XMLForm | Als er geen XMLForm geselecteerd is dan wordt er een (indien aanwezig) statisch formulier geladen bij het openen van een item. Is er wel een XMLForm geselecteerd dan wordt dit formulier ingeladen. De standaard statische formulieren die werken zonder bijbehorend XMLForm zijn: |
| - OpenActiviteit | |
| - OpenActiviteitSoort | |
| - OpenBranche | |
| - OpenDossier | |
| - OpenGroep | |
| - OpenMachtigingGroep | |
| - OpenMedia | |
| - OpenMiddel | |
| - OpenMiddelsoort | |
| - OpenProjectfunctie | |
| - OpenUursoort | |
| - OpenUrenValidatie | |
| - OpenTarief | |
| - OpenTeam | |
| - Opentrigger | |
| - OpenVakgroep | |
| - OpenVestiging | |
| - OpenWerksoort | |
| - OpenWizard | |
| - OpenWizardRegel | |
| - OpenWizardStap |
Layoutinstellingen
In de tabel layout kunnen meerdere lay-outs worden toegevoegd aan Fuse. Dit is handig als er met meerdere soorten briefpapier wordt gewerkt.
| Veld | Beschrijving |
|---|---|
| Naam | Naam van de lay-out |
| Omschrijving | Optionele omschrijving |
| Actief | Geeft aan of de lay-out actief is. Een vinkje geeft aan dat het actief is, geen vinkje geeft aan dat het non-actief is |