Databewerking in het dashboard
Parameters
Moet er ook een parameter in komen om bij het opstarten van de dashboard een eigen filtering toe te voegen?
- Kies parameters in het hamburgermenu.
- Kies Add new Parameter.
-
Specificeer de volgende onderdelen:
- Naam.
- Omschrijving.
- Zichtbaar: Geeft aan of de parameter zichtbaar is in het dialoogvenster Dashboardparameters.
- Allow Null: Geeft aan of een null-waarde als parameterwaarde kan worden doorgegeven.
- Multiselect toestaan.
- Type: Specificeert het parametertype. Deze type moet overeenkomen met het soort type van de waarde. In de Fuse query builder is per veld zichtbaar welke type waarde het veld bevat.
- Default Value: specificeert de default waarde van de parameter
-
Look-up: Hier is een keuze tussen 3 verschillende instellingen:
-
Geen Look-up: De eindgebruiker geeft handmatig de vereiste parameterwaarde op in het dialoogvenster Dashboardparameters.
- Statische lijst: Een eindgebruiker selecteert een parameterwaarde uit een statische lijst. Gebruik de knop + om vooraf gedefinieerde parameterwaarden toe te voegen.
- Dynamische lijst: Een eindgebruiker selecteert een parameterwaarde die is gedefinieerd in een gegevensbron. Er worden nog meer velden zichtbaar. Geef de volgende opties op om toegang te geven tot gegevensbronwaarden:
- Selecteer de gewenste gegevensbron in de lijst met beschikbare gegevensbronnen. Standaard Fuse Data Source
- Selecteer de tabel als gegevenslid en het veld dat als parameter gaat dienen als value member (waarde) en display lid (Weergavenaam).
- Geef indien nodig de veldnaam op dat wordt gebruikt om parameterwaarden te sorteren met behulp van de optie Sorteren op.
- De sorteervolgorde geeft de gewenste sorteervolgorde aan.
-
Ga terug naar Data Source en kies voor het bewerken van de query.
- Kies Run Query Builder.
- Open parameters om de parameter toe te voegen.
- Kies + .
- Open de parameter.
- Wijzig de parameternaam.
- Kies Type: Expressie.
- Kies als Result Type het type dat ook bij c:vi is gekozen.
- Klik bij waarde op … en een pop-upscherm opent.
- Kies onder Velden -> Parameters de juiste parameter. Dubbelklik om de parameter in het veld toe te voegen.
- Kies OK om de parameter op te slaan.
- Het is nu ook mogelijk om de parameter als filter in te stellen. Voeg de filters toe onder Query Properties -> Filter.
- Kies … en een pop-upscherm opent.
- Kies + om een filtervoorwaarde toe te voegen.
- Kies het veld waarop de voorwaarde van toepassing is.
- Kies de juiste soort voorwaarde.
- Voer de waarde van de voorwaarde in. Het is ook mogelijk om hier een ander veld of een parameter te selecteren.
- Klik op OK, OK en Voltooien om de parameter en de filters aan de query toe te voegen.
Calculated field
Het is mogelijk om aan de data source een extra berekend veld toe te voegen. Hiermee kunnen berekeningen worden uitgevoerd op de verkregen gegevensvelden uit Fuse. Het toevoegen van een berekend veld kan onder Data Resources, maar ook onder Databinding bij de dashboard items.
- Kies voor Add Calculated Field (Data Resources) of het pictogram ƒ+ (Dashboard item). Het dialoogvenster Berekend veld bewerken start op
- Wijzig de naam van het veld.
- Kies het juiste field type.
- Maak de berekening:
- Velden: Bevat beschikbare velden en dashboardparameters.
- Constanten: Bevat Booleaanse variabelen (True, False, ?).
- Functies: Bevat verschillende soorten functies, waaronder Aggregaat, Sum, Datum/Tijd, Iif. De uitleg van de functie wordt aan de rechterkant van de keuzelijst weergegeven.
- Operatoren: Bevat verschillende soorten operatoren, zoals +, -, * etc..